Bij arbeidsongeschiktheid krijg je een uitkering van het UWV die varieert tussen 28% en 75% van je dagloon, afhankelijk van je mate van arbeidsongeschiktheid. De hoogte wordt bepaald door je restverdiencapaciteit en het type uitkering (WGA of IVA). Je kunt je eigen berekening maken door je dagloon te vermenigvuldigen met het toepasselijke percentage.
Wat is een arbeidsongeschiktheidsuitkering en wanneer heb je er recht op?
Een arbeidsongeschiktheidsuitkering is een inkomensvervangende uitkering die je ontvangt wanneer je door ziekte of gebrek niet meer volledig kunt werken. Het UWV kent twee hoofdvormen toe: de WGA-uitkering voor gedeeltelijk arbeidsgeschikten en de IVA-uitkering voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten.
Om in aanmerking te komen voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering moet je aan verschillende voorwaarden voldoen. Je moet minimaal 35% arbeidsongeschikt zijn en deze situatie moet naar verwachting ten minste een jaar duren. Daarnaast heb je recht op een uitkering als je in de 36 weken vóór je arbeidsongeschiktheid ten minste 26 weken hebt gewerkt.
De Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) regelt deze uitkeringen. Deze wet vervangt sinds 2006 de oude WAO-regeling en richt zich meer op wat je nog wel kunt doen in plaats van op wat niet meer mogelijk is. Het doel is om mensen waar mogelijk aan het werk te houden of te helpen bij werkhervatting.
Hoe wordt het percentage arbeidsongeschiktheid bepaald?
Het UWV bepaalt je arbeidsongeschiktheidspercentage door je restverdiencapaciteit te vergelijken met je oorspronkelijke inkomen. Als je bijvoorbeeld nog 60% van je oude loon kunt verdienen, ben je voor 40% arbeidsongeschikt. Dit percentage bepaalt direct op welke uitkering je recht hebt en hoe hoog deze is.
Het beoordelingsproces bestaat uit verschillende stappen. Een verzekeringsarts onderzoekt je medische situatie en bepaalt welke beperkingen je hebt. Vervolgens bekijkt een arbeidsdeskundige welk werk je nog kunt doen ondanks deze beperkingen. Op basis van deze informatie stelt het UWV vast hoeveel je theoretisch nog kunt verdienen.
De beoordeling vindt meestal plaats na twee jaar ziekteverzuim, wanneer je loongerelateerde uitkering afloopt. Het UWV kijkt dan naar passende functies die binnen je mogelijkheden liggen en bepaalt het gemiddelde loon van deze functies. Het verschil met je oude loon vormt de basis voor je arbeidsongeschiktheidspercentage.
Hoeveel WGA-uitkering krijg je en hoe lang duurt deze?
De WGA-uitkering bedraagt 28% van je dagloon wanneer je volledig werkloos bent en tussen de 35% en 80% arbeidsongeschikt bent. Als je wel werkt maar minder verdient dan vóór je arbeidsongeschiktheid, vult de WGA het verschil gedeeltelijk aan tot maximaal 70% van je dagloon.
De uitkering kent twee fasen. In de loonaanvullingsfase, die drie maanden tot maximaal vijf jaar duurt, krijg je een aanvulling op je loon als je minder verdient. In de vervolguitkeringsfase ontvang je een lagere uitkering die afhankelijk is van je arbeidsverleden en leeftijd.
De duur van je WGA-uitkering hangt af van hoe lang je hebt gewerkt voordat je arbeidsongeschikt werd. Heb je korter dan vijf jaar gewerkt, dan duurt de loonaanvullingsfase drie maanden. Bij een langere arbeidshistorie kan deze fase oplopen tot vijf jaar. Na afloop van de loonaanvullingsfase krijg je een lagere vervolguitkering.
Wat is het verschil tussen WGA- en IVA-uitkering?
Het belangrijkste verschil tussen WGA en IVA ligt in de mate van arbeidsongeschiktheid. WGA is voor mensen die tussen de 35% en 80% arbeidsongeschikt zijn, terwijl IVA bedoeld is voor mensen die voor 80% of meer arbeidsongeschikt zijn en naar verwachting duurzaam niet kunnen werken.
De IVA-uitkering is hoger dan de WGA-uitkering. Je ontvangt 75% van je dagloon en deze uitkering is niet tijdelijk. Je krijgt de IVA-uitkering zolang je volledig arbeidsongeschikt blijft. Bij de WGA-uitkering verwacht het UWV dat je nog gedeeltelijk kunt werken en word je gestimuleerd om dit ook te doen.
Ook de voorwaarden verschillen. Voor IVA moet je volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn, wat betekent dat herstel zeer onwaarschijnlijk is. Bij WGA wordt ervan uitgegaan dat je nog mogelijkheden hebt om te werken, eventueel met aanpassingen of in een andere functie. Het UWV beoordeelt regelmatig of je situatie is veranderd.
Hoe bereken je zelf je arbeidsongeschiktheidsuitkering?
Je berekent je arbeidsongeschiktheidsuitkering door je dagloon te vermenigvuldigen met het uitkeringspercentage dat bij jouw situatie hoort. Bij WGA is dit 28% als je niet werkt, bij IVA is dit 75% van je dagloon. Je dagloon is je gemiddelde daginkomen in het jaar vóór je arbeidsongeschiktheid.
Voor een praktische berekening neem je eerst je bruto jaarloon en deel je dit door 261 werkdagen. Dit geeft je dagloon. Stel, je verdiende € 36.000 per jaar, dan is je dagloon € 138. Met een IVA-uitkering krijg je dan € 103,50 per dag (75% van € 138). Op jaarbasis komt dit neer op ongeveer € 27.000 bruto.
Let op dat er een maximumdagloon geldt waarover de uitkering wordt berekend. Ook kunnen er aanvullingen zijn vanuit je werkgever of een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Controleer je arbeidscontract en eventuele verzekeringen om te zien of je recht hebt op extra uitkeringen boven op de wettelijke regeling van het UWV.
Het berekenen van je arbeidsongeschiktheidsuitkering helpt je om je financieel voor te bereiden op deze situatie. Denk er ook aan dat goede begeleiding tijdens ziekteverzuim cruciaal is voor een succesvolle terugkeer naar het werk. Vroegtijdige interventie en professionele ondersteuning kunnen het verschil maken tussen gedeeltelijke en volledige arbeidsongeschiktheid. Voor persoonlijk advies over je situatie kun je contact met ons opnemen.
Reacties zijn gesloten.