Ziekteverzuim bijhouden is één ding. Ziekteverzuim daadwerkelijk terugdringen is iets heel anders. Veel werkgevers hebben een goed beeld van hun verzuimpercentage, maar merken tegelijkertijd dat de cijfers nauwelijks verbeteren. Dat is precies het verschil tussen meten en managen. Meten geeft je inzicht. Managen geeft je resultaat. In dit artikel leggen we uit wat dat onderscheid betekent in de praktijk, welke cijfers ertoe doen en hoe actief verzuimmanagement eruitziet als het goed werkt.
Wat is het verschil tussen ziekteverzuim meten en managen?
Ziekteverzuim meten betekent dat je bijhoudt hoeveel werknemers ziek zijn, hoe lang ze uitvallen en welk percentage van de totale werktijd verloren gaat. Dat zijn waardevolle gegevens, maar ze vertellen je alleen wat er is gebeurd, niet wat je eraan kunt doen.
Ziekteverzuim managen gaat een stap verder. Het betekent dat je op basis van die cijfers actie onderneemt: je spreekt werknemers aan, je zoekt naar oorzaken, je past beleid aan en je begeleidt mensen actief terug naar het werk. Meten is de thermometer. Managen is de behandeling. Alleen een temperatuur opnemen maakt niemand beter.
Welke verzuimcijfers zijn belangrijk om bij te houden?
Niet elk getal is even relevant. De meest gebruikte maatstaf is het verzuimpercentage: het aandeel van de beschikbare werktijd dat door ziekte verloren gaat. Maar dat cijfer alleen vertelt je weinig over de aard van het probleem.
Aanvullende cijfers die je echt iets zeggen zijn onder andere:
- Verzuimfrequentie: hoe vaak werknemers gemiddeld per jaar ziek zijn. Een hoge frequentie bij een laag totaalpercentage wijst op veel kortdurend verzuim.
- Gemiddelde verzuimduur: hoe lang een ziekteperiode gemiddeld duurt. Dit helpt onderscheid te maken tussen kortdurend en langdurig verzuim.
- Meldingspatroon: zijn er opvallende pieken op bepaalde dagen of na vakanties? Dat kan wijzen op vermijdbaar verzuim.
- Herstelsnelheid: hoe snel werknemers na een ziekmelding terugkeren, al dan niet in aangepast werk.
Wij geloven sterk in de kracht van data. Onze verzuimapplicatie geeft een actueel beeld van al deze cijfers, zodat we niet achteraf reageren maar voortdurend kunnen bijsturen op oorzaak en gevolg.
Waarom is alleen meten niet genoeg om verzuim te verlagen?
Stel dat je weet dat het verzuimpercentage in jouw organisatie hoger is dan het sectorgemiddelde. Wat doe je dan? Als het antwoord is “we houden het in de gaten”, dan ben je aan het meten, niet aan het managen.
Verzuim verlaagt zich niet vanzelf omdat je het registreert. Er is actie nodig: een gesprek op dag één, een duidelijke verwachting richting de werknemer, begeleiding bij re-integratie en aandacht voor het voorkomen van ziekteverzuim voordat het überhaupt ontstaat. Zonder die stappen blijven de cijfers precies wat ze zijn: historische informatie zonder effect op de toekomst.
Bovendien geeft puur meten geen antwoord op de vraag waarom mensen uitvallen. Is het werkdruk? Zijn het privéproblemen? Is er iets mis in de samenwerking met een leidinggevende? Die context krijg je alleen door het gesprek aan te gaan.
Hoe werkt actief verzuimmanagement in de praktijk?
Actief verzuimmanagement begint al bij de ziekmelding zelf. Bij ons meldt een werknemer zich telefonisch ziek, niet via een online portaal. Dat is een bewuste keuze. Het persoonlijke contact op dag één zorgt voor een directe verbinding en maakt duidelijk dat verzuim serieus wordt genomen.
Vervolgens gaat onze arbeidsdeskundige op dag één op bezoek bij de zieke werknemer. Niet om te controleren, maar om het gesprek aan te gaan vanuit mogelijkheden. De centrale vraag is niet “wat kun je niet?” maar “wat kun je nog wél?”. Die invalshoek maakt een groot verschil. Werknemers ervaren het als betrokkenheid, niet als wantrouwen.
Onze arbeidsdeskundige speelt een leidende rol in het hele proces en fungeert als een soort accountmanager voor de werkgever. De bedrijfsarts is uiteraard ook betrokken, want dat is wettelijk vereist binnen de Wet Verbetering Poortwachter, maar vervult een ondersteunende rol. Zo blijft de focus op wat iemand kan, in plaats van op wat iemand mankeert.
Wat is de rol van een verzuimprotocol bij het managen van verzuim?
Een verzuimprotocol legt de spelregels vast. Het beschrijft welke afspraken gelden rondom ziekmeldingen, contactmomenten, re-integratie en de verwachtingen van zowel werkgever als werknemer. Zonder zo’n protocol is verzuimmanagement willekeurig: de ene leidinggevende handelt streng, de andere laat alles lopen.
Wij zien consequent toe op de naleving van het verzuimprotocol bij al onze klanten. Dat is geen bureaucratisch doel op zich, maar een praktisch middel. Als iedereen weet wat de regels zijn en die regels ook worden nageleefd, ontstaat er een cultuur waarin verzuim serieus wordt genomen. Dat heeft aantoonbaar effect op zowel de frequentie als de duur van het ziekteverzuim.
Bij nieuwe klanten pakken we altijd ook het lopende verzuim direct op. We wachten niet tot er nieuwe meldingen binnenkomen. Zo laten we vanaf dag één zien dat we erbovenop zitten.
Hoe meet je of je verzuimmanagement écht werkt?
Goed verzuimmanagement moet zichzelf bewijzen in de cijfers. Maar welke cijfers laten zien dat de aanpak werkt? Een dalend verzuimpercentage is het meest zichtbare signaal, maar het duurt soms even voordat dat zichtbaar wordt. Tussendoor zijn er andere indicatoren die al eerder iets zeggen:
- Kortere gemiddelde verzuimduur per melding
- Lagere verzuimfrequentie, vooral bij kortdurend verzuim
- Snellere re-integratie, ook in aangepast werk
- Minder langdurige uitvallers die de WIA instromen
Wij werken met een verzuimapplicatie die al deze ontwikkelingen continu in beeld brengt. Zo kunnen we niet alleen rapporteren over wat er is, maar ook bijsturen waar nodig. Meten en managen komen daarmee samen: de data stuurt het handelen, en het handelen verbetert de data.
Wil je weten hoe wij dit voor jouw organisatie kunnen aanpakken? Neem contact met ons op en we kijken samen wat er mogelijk is.
Reacties zijn gesloten.