Wat gebeurt er na twee jaar ziekte volgens de Wet Poorwachter?

Na twee jaar ziekte eindigt de Wet verbetering poortwachter en verandert de situatie drastisch voor werkgevers en werknemers. De wettelijke loonbetalingsverplichting stopt, de begeleiding wordt overgedragen aan UWV en er start een beoordeling van de arbeidsongeschiktheid voor een mogelijke WIA-uitkering. Deze overgang brengt nieuwe rechten, plichten en procedures met zich mee die beide partijen goed moeten begrijpen.

Wat houdt de Wet verbetering poortwachter precies in en waarom stopt deze na twee jaar?

De Wet verbetering poortwachter verplicht werkgevers en werknemers om gedurende 104 weken actief samen te werken aan re-integratie tijdens ziekte. Na precies twee jaar eindigt deze wettelijke verplichting, omdat de wetgever ervan uitgaat dat voldoende inspanningen zijn geleverd om terugkeer naar werk te realiseren.

De Wet verbetering poortwachter heeft als hoofddoel om langdurig ziekteverzuim te voorkomen en mensen zo snel mogelijk weer aan het werk te krijgen. Werkgevers moeten een plan van aanpak opstellen, passende arbeid aanbieden en re-integratie-inspanningen ondernemen. Werknemers zijn verplicht mee te werken aan hun herstel en re-integratie.

Na 24 maanden ziekte neemt UWV het stokje over van de werkgever. Dit betekent dat de verantwoordelijkheid voor de begeleiding en de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid verschuift naar deze overheidsinstantie. UWV voert dan een eigen onderzoek uit naar de resterende arbeidsmogelijkheden van de werknemer.

Deze overgang markeert een belangrijk keerpunt: van een periode waarin werkgever en werknemer samen verantwoordelijk zijn voor re-integratie naar een fase waarin UWV bepaalt welke ondersteuning en uitkering passend zijn.

Welke rechten en verplichtingen hebben werkgevers en werknemers na twee jaar ziekte?

Na twee jaar ziekte stopt de loonbetalingsverplichting van de werkgever volledig, maar het arbeidscontract blijft bestaan totdat UWV een definitieve beoordeling van de arbeidsongeschiktheid heeft afgerond. Werkgevers mogen pas ontslaan nadat UWV heeft vastgesteld dat de werknemer (gedeeltelijk of volledig) arbeidsongeschikt is en de ontslagregels dit toelaten.

Voor werknemers betekent dit dat zij geen loon meer ontvangen van hun werkgever, maar wel recht kunnen hebben op een WIA-uitkering als zij aan de voorwaarden voldoen. Zij behouden hun rechtspositie als werknemer en kunnen niet zomaar worden ontslagen vanwege hun ziekte.

Werkgevers krijgen meer vrijheid, maar ook nieuwe verantwoordelijkheden. Zij kunnen besluiten om het dienstverband te beëindigen als UWV vaststelt dat volledige terugkeer naar het eigen werk niet mogelijk is en aan de overige ontslagvoorwaarden is voldaan. Tegelijkertijd moeten zij hun medewerking verlenen aan het UWV-onderzoek.

Een belangrijke bescherming voor werknemers is dat ontslag tijdens ziekte alleen mogelijk is met toestemming van UWV of in zeer specifieke gevallen. Dit voorkomt dat werkgevers zieke werknemers kunnen wegsturen zodra de loonbetalingsverplichting eindigt.

Hoe werkt de overgang naar een WIA-uitkering na de poortwachterperiode?

De WIA-aanvraag start in de regel in week 93 van de ziekte, dus ruim voor het einde van de poortwachterperiode. UWV voert een uitgebreid onderzoek uit naar de resterende verdiencapaciteit en arbeidsongeschiktheid van de werknemer door middel van medische keuringen en arbeidsdeskundige gesprekken.

Het WIA-onderzoek duurt meestal enkele maanden en resulteert in een van de volgende uitkomsten: volledig arbeidsgeschikt (geen uitkering), gedeeltelijk arbeidsgeschikt met een WGA-uitkering, of volledig en duurzaam arbeidsongeschikt met een IVA-uitkering.

Tijdens het onderzoek kunnen werknemers een (tijdelijke) uitkering ontvangen als hun loon is gestopt. De hoogte van de definitieve WIA-uitkering hangt af van het verdienverlies en de mate van arbeidsongeschiktheid die UWV vaststelt.

Belangrijk is dat werknemers actief meewerken aan het UWV-onderzoek. Zij moeten zich laten keuren, gesprekken voeren met arbeidsdeskundigen en alle gevraagde informatie verstrekken. Niet-meewerken kan leiden tot weigering of stopzetting van de uitkering.

Wat gebeurt er als iemand na twee jaar ziekte nog steeds niet kan werken?

Werknemers die na twee jaar nog steeds niet kunnen werken, komen in een overgangsfase terecht waarin UWV de regie overneemt van de re-integratie en de begeleiding. Zij behouden hun rechtspositie als werknemer totdat UWV een definitieve uitspraak doet over hun arbeidsongeschiktheid.

UWV onderzoekt alle mogelijkheden voor aangepast werk, zowel bij de eigen werkgever als elders op de arbeidsmarkt. Dit kan betekenen dat de werknemer wordt begeleid naar ander werk dat wel binnen zijn of haar mogelijkheden ligt, ook als dit minder betaalt dan het oorspronkelijke werk.

Als UWV vaststelt dat er geen mogelijkheden zijn voor enige vorm van werk, komt de werknemer in aanmerking voor een IVA-uitkering (volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid). Bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid geldt een WGA-uitkering, met een eventuele aanvulling als het nieuwe werk minder oplevert.

Gedurende deze periode kunnen verschillende instanties betrokken zijn: UWV voor begeleiding en uitkering, gemeenten voor eventuele aanvullende ondersteuning en gespecialiseerde re-integratiebedrijven voor werkbegeleiding. In de praktijk blijkt dat een goede voorbereiding op deze overgang cruciaal is voor een soepel verloop.

De periode na twee jaar ziekte brengt ingrijpende veranderingen met zich mee voor alle betrokkenen. Een grondige kennis van de Wet verbetering poortwachter en de daaropvolgende procedures helpt werkgevers en werknemers om deze complexe overgang goed te doorlopen en hun rechten en plichten te begrijpen.

Reacties zijn gesloten.